Kwaliteitsbewaking
Proeve van opzet van kwaliteitskenmerken van de klachtencommissie werkzaam in het onderwijs
Preambule:Overwegende dat een goed functionerende klachtenregeling ten dienste staat van de kwaliteit van het onderwijs;
overwegende dat de wettelijke opdracht aan een klachtencommissie onderwijs tweeledig is, te weten het beoordelen van een klacht als zodanig en het op basis van die klachtbehandeling doen van aanbevelingen aan het schoolbestuur ter verbetering van de kwaliteit van het onderwijs;
overwegende dat het in het belang van het primair en voortgezet onderwijs is, dat de behandeling van klachten zo uniform mogelijk is;
overwegende dat bij de behandeling van klachten duidelijkheid dient te bestaan ten aanzien van de in acht te nemen procedurele waarborgen;
komt de Stuurgroep Kotte tot het vermelden van een aantal kwaliteitskenmerken van de klachtencommissie en tot het opstellen van een aanzet voor een gedragscode, in acht te nemen door de klachtencommissie.
Kwaliteitskenmerken:
1. De commissieleden staan onafhankelijk tegenover het bevoegd gezag van een school waarvoor de commissie is ingesteld. Zij maken geen deel uit van het desbetreffende bevoegd gezag. Zij zijn evenmin werkzaam voor of bij dat bevoegd gezag. De onafhankelijkheid dient mede de vertrouwelijkheid waarmee klachten kunnen worden behandeld.
De commissie beschikt over een brede deskundigheid. Met name bevindt zich die op
onderwijsinhoudelijk, juridisch en sociaal-medisch terrein.
De commissie voorziet zich van deskundige secretariële ondersteuning.
De commissie betracht ten aanzien van het dossier dat naar aanleiding van een klacht
wordt gevormd, geheimhouding.
2. De commissie hanteert bij de behandeling van klachten vaste termijnen en spant zich in partijen enerzijds voldoende tijd voor verduidelijking en verweer te bieden, anderzijds zo snel mogelijk na een hoorzitting uitsluitsel over haar oordeel te geven. Voor de behandeling van klachten, waarvan de behandeling spoedeisend is biedt zij de mogelijkheid van verkorting van de termijnen die bij de procedure in acht genomen dienen te worden.
3. De commissie past het beginsel van hoor en wederhoor toe.
Daartoe dient het horen van klager en aangeklaagde zelf. Klager en aangeklaagde worden tijdig voor de zitting uitgenodigd.
Uitgangspunt bij de behandeling van een klacht is dat het horen van de klager(s) en de
aangeklaagde(n), als zij meerderjarig zijn, in elkanders tegenwoordigheid plaatsvindt.
In een klachtbehandeling waarbij een minderjarige betrokken is vindt in principe gescheiden horen plaats.
4. De commissie wijst partijen er op dat de hoorzitting ten doel heeft dat klager en
aangeklaagde zelf gehoord kunnen worden.
Duidelijk moet zijn dat de aanwezigheid van gemachtigden of afgevaardigden van het bevoegd gezag op de hoorzitting geen beperkingen kan stellen aan de beantwoording van vragen aan de klager of aan de aangeklaagde.
5. De commissie kan bij het uitbrengen van haar advies een aanbeveling doen aan het bevoegd gezag, ongeacht de vraag of de klacht wel of niet gegrond is. Zij houdt zichzelf daarbij voor ogen dat zij is ingesteld ter bevordering van de kwaliteit van het onderwijs. Bij de commissie staat voorop dat zij nagaat hoe zij een bijdrage kan leveren tot het verbeteren van de schoolorganisatie.
6. Bejegening door de commissie of een der commissieleden dient (intern) getoetst te kunnen worden.
7. Beslissingen van de voorzitter die een niet-ontvankelijkverklaring inhouden, dienen op
verzoek van partij(en) in heroverweging te kunnen worden genomen door de commissie.
8. Ter bevordering van de kwaliteit van het onderwijs als geheel doet de commissie jaarlijks
verslag van haar werkzaamheden met inachtneming van de vertrouwelijkheid van haar
gegeven adviezen. De commissie geeft in haar jaarverslag aan welke aanbevelingen zij heeft gedaan en hoe het bevoegd gezag daarmee is omgegaan.
In acht te nemen regels (gedragscode):
1. Hoewel de commissie er het belang van inziet en wenst te bevorderen dat een klacht op
schoolniveau wordt afgedaan, staat dit uitgangspunt niet in de weg dat een klager zich om
hem moverende redenen rechtstreeks tot de commissie kan wenden. Het opwerpen van
een drempel dat klager op school- of bestuursniveau eerst alle wegen moet hebben
bewandeld om aan zijn grieven tegemoet te doen komen, acht de commissie niet
wenselijk, noch overeenkomstig de bedoeling van de wetgever.
2. Aangezien de commissie is ingesteld ter bevordering van de kwaliteit van het onderwijs,
zal zij bij de beantwoording van de vraag wie er als klager beschouwd dient te worden,
ermee rekening houden dat zij het bevoegd gezag zoveel mogelijk van advies moet dienen met het oogmerk kwaliteitsverbetering te bereiken, Daarbij past ter zake geen
terughoudendheid. Als een klacht is ingediend door een ander dan degene jegens wie of
jegens wiens kind de handeling heeft plaatsgevonden, gaat de commissie na, of de
indiener van de klacht zelf een gerechtvaardigd belang heeft bij de behandeling
daarvan.
3. Bij het in behandeling nemen van klachten die leiden of die kunnen leiden tot justitiële
bemoeienis, is voor de commissie doorslaggevend dat zij is ingesteld voor de
bevordering van de kwaliteit van het onderwijs. Zij is zich dan ook bewust van haar
eigen rol, die bij het beoordelen van de feiten een andere is dan die van politie of justitie.
4. De commissie kan de verjaringstermijn van een jaar ambtshalve toepassen. Zij gaat
daarbij zorgvuldig na of er omstandigheden zijn om in voorkomende gevallen de niet-ontvankelijkheid wegens termijnoverschrijding niet uit te spreken.
Toelichting bij bovenstaande brief
In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, in het kader van de evaluatie van de kwaliteitswet van 1998, is in 2002 een begin gemaakt met het onderzoek naar het functioneren van de klachtenregeling. In de periode 2002-2006 is onderzoek uitgevoerd, zijn verbetervoorstellen geformuleerd en is een advies uitgebracht over het in stand houden dan wel wijzigen van de huidige klachtenregeling. De ‘Stuurgroep verbetering klachtenregeling’ ofwel ‘Stuurweg Kotte’ was met deze taak belast.
Bij brief van 12 april 2006 heeft de minister de Kamer geïnformeerd over de verbetervoorstellen die door het gezamenlijke onderwijsveld zijn opgesteld. Deze verbetervoorstellen zijn vervolgens in uitvoering genomen. Begin 2009 heeft de Stuurgroep gerapporteerd over de uitvoering en aanvullende aanbevelingen gedaan. Met betrekking tot de rol van de onderwijsinspectie is voorgesteld het toezichtkader uit te breiden: actief toezicht naar aanleiding van klachten en op de uitvoering van de klachtenregeling. Bij brief van 6 oktober 2009 is de Kamer geïnformeerd dat de voorstellen worden overgenomen.
Hierna vindt u de aanbevelingen van de Stuurgroep Kotte, getiteld ‘Proeve van opzet van kwaliteitskenmerken van de klachtencommissie werkzaam in het onderwijs’. De Stichting KOMM was betrokken bij de onderzoeken en de totstandkoming van de aanbevelingen. We onderschrijven dan ook van harte de kwaliteitskenmerken. Uiteraard streven we ernaar ze ook in de praktijk toe te passen.
